Berichten

Recycling biedt een enorme kans, maar het blijft te vaak bij mooie woorden

De ambities zijn groot, maar de daden helaas piepklein. De politiek moet haar nek gaan uitsteken voor een circulaire economie, aldus Boris van der Ham en Robbert Loos van de Vereniging Afvalbedrijven. 

Het CBS meldt mooie cijfers over de circulaire economie. De Nederlandse materiaalconsumptie is per inwoner lager dan gemiddeld in de EU en de grondstofvoetafdruk kleiner. Nederland recyclet ook veel: 1700 kilo per jaar per inwoner. Dat is mooi nieuws, maar het kan en moet nog beter. De politiek moet niet alleen ambities uitspreken, maar ook grote beslissingen durven nemen.

Ambities zijn er namelijk te over. De regering wil nul afval in 2050 en een halvering van het grondstoffengebruik in 2030. Maar tussen ambitie en realiteit staan de praktische wetten van ingesleten gewoonten en economische wetmatigheden. Zo wordt op dit moment via een campagne geprobeerd om mensen aan te moedigen kapotte spullen niet weg te gooien, maar te repareren. Een mooi doel. Maar als het gemak en de prijs van iets nieuws aanschaffen aantrekkelijker zijn dan repareren, zal er geen omvangrijke gedragsverandering op gang komen. Om grote ambities te realiseren, moeten we niet focussen op sympathieke campagnes, maar het probleem bij de bron aanpakken.

Nederlandse afvalbedrijven behoren qua technologie tot de meest geavanceerde ter wereld, waardoor veel grondstoffen kunnen worden hergebruikt. Het probleem is dat die veel te weinig gekocht worden. Primaire (niet-gerecyclede) grondstoffen op de internationale markten zijn relatief goedkoop. Zo sloot in Emmen onlangs een bedrijf dat korrels maakte van gerecycled kunststof zijn deuren. De reden: het kon de nieuwe grondstof niet slijten.

Ook in andere materiaalketens is het lastig om te concurreren tegenover ‘gewoon’ blijven produceren met primaire grondstoffen. Hier stokt dus de circulaire economie en is de overheid hard nodig als marktmeester.

De woorden zijn groot, maar het effect van ­de pacts dreigt piepklein te zijn
Tot nu toe heeft minister Van Veldhoven (infrastructuur en milieu) ‘pacts’ gesloten met het bedrijfsleven om hierin verandering te brengen. Ook hier zijn de ambities groot en de woorden sympathiek. Door ‘ecodesign’ zouden er meer gerecyclede grondstoffen in hun producten moeten worden gebruikt. Maar die afspraken zijn niet-bindend en in de praktijk worden de echt grote stappen niet gezet. Zelfs nationale, provinciale en gemeentelijke overheden zijn vrij karig in het gebruik van gere­cyclede grondstoffen. Hoewel de woorden groot zijn, dreigt het effect van ­deze pacts piepklein te zijn.

Tot nu toe heeft minister Van Veldhoven (infrastructuur en milieu) ‘pacts’ gesloten met het bedrijfsleven om hierin verandering te brengen. Ook hier zijn de ambities groot en de woorden sympathiek. Door ‘ecodesign’ zouden er meer gerecyclede grondstoffen in hun producten moeten worden gebruikt. Maar die afspraken zijn niet-bindend en in de praktijk worden de echt grote stappen niet gezet. Zelfs nationale, provinciale en gemeentelijke overheden zijn vrij karig in het gebruik van gere­cyclede grondstoffen. Hoewel de woorden groot zijn, dreigt het effect van ­deze pacts piepklein te zijn.

Vaak wordt door de Nederlandse ­regering ingebracht dat een ingreep in de markt alleen mogelijk is op internationaal niveau. Als dat zo is, dient zich binnenkort een enorme kans aan. Over een paar weken komt Eurocommissaris Timmermans namelijk met een agenda om het grondstofgebruik te vergroenen. Nederland zou die gelegenheid moeten aangrijpen om de eisen zo ­stevig mogelijk te maken. Niet alleen ten gunste van Nederland en Europa, maar als concrete ingreep in de wereldeconomie.

Als de Europese Unie haar consumentenmarkt van om en nabij een half miljard inwoners zou gebruiken om te vergroenen, kunnen we namelijk spreken van echte, wereldwijde impact.

Wat de Nederlandse afvalbedrijven betreft, moeten producenten van binnen én buiten de EU worden verplicht om stap voor stap minder primaire grondstoffen te gebruiken voor producten die ze hier willen afzetten. Ook moeten hoge eisen worden gesteld, om de levensduur van producten te verlengen. Daarnaast moet in de ontwerpfase van producten de repareerbaarheid en herbruikbaarheid worden vergroot en moeten producten zo ontworpen worden dat ze makkelijk te demonteren zijn. Voor sommige inferieure materialen, zoals bepaalde laagwaardige plastics, is simpelweg een verbod nodig.

Milieubeleid en de circulaire economie moeten uit de groef van de sympathieke symboolpolitiek treden en echt groot worden gerealiseerd. Pak die kans, Nederlandse regering!

Bron: Boris van der Ham en Robbert Loos, www.trouw.nl 01-03-2020

Pas 12% van de Nederlandse economie is duurzaam

12,1% van de Nederlandse economie is duurzaam. Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek in opdracht van MVO Nederland. De organisatie introduceert de Nieuwe Economie Index (NEx). Die geeft jaarlijks het percentage van de Nederlandse economie aan dat ‘nieuw’ is: circulair, klimaatneutraal en inclusief, ook in de keten. Duurzaam dus.

“Een NEx van 20% in 2025 is wat Nederland nodig heeft om een kantelpunt te bereiken – vanaf dat moment verduurzaamt de economie steeds sneller en is er geen weg meer terug naar de oude economie. Met een NEx van 12,1% in 2020 zien we dat het begin er zeker is. Maar er moet dus ook nog enorm veel gebeuren bij Nederlandse bedrijven”, zegt Maria van der Heijden, directeur-bestuurder van MVO Nederland.

In het onderzoek ligt de focus op de rol van het Nederlandse bedrijfsleven, waardoor de NEx verschilt van bijvoorbeeld de Monitor Brede Welvaart of de Happy Planet Index. Daarnaast geeft de index – in tegenstelling tot andere meetinstrumenten – een ‘distance to target’ weer, wat betekent dat het een verhouding is tot een einddoel is. 

De NEx is het gemiddelde van zeven thema’s uit de Nieuwe Businessagenda van MVO Nederland, die alle zeven een eigen NEx-score hebben: Nieuwe rijkdom (9,9%), Echte prijzen (17,2%), Transparante ketens (6,2%), Inclusief ondernemen (23,8%), Duurzame energie (6,2%), Biodiversiteit (8,9%) en Circulaire economie (12,1%). De cijfers zijn officieel gepresenteerd op het NE20-festival van MVO Nederland in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

Nog veel werk te verzetten
De lage scores laten zien dat er nog veel werk is te verzetten. Ook wat transparantie betreft door de organisatie zelf: ook op de eigen website is niet te vinden hoe de scores tot stand komen. Dat maakt vergelijken met andere indexen, zoals de Monitor Brede Welvaart of de Happy Planet Index, bij voorbaat onmogelijk.

Het NEx-onderzoek is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek, in samenwerking met Rabobank, KPMG, Milgro en IUCN. MVO Nederland heeft met de NEx voor het eerst de duurzaamheid van de Nederlandse economie in één getal uitgedrukt, en gaat het NEx-onderzoek jaarlijks herhalen.

Bron: www.duurzaamnieuws.nl 25 januari 2020